Als mensen iets begeren, zegt men ook wel dat ze het liefhebben. Begeerte en liefde zijn dus hetzelfde, behalve dat we met begeerte altijd de afwezigheid van het object aangeven en met liefde meestal de aanwezigheid ervan


als-mensen-iets-begeren-zegt-men-ook-wel-dat-ze-het-liefhebben-begeerte-liefde-zijn-dus-hetzelfde-behalve-dat-we-met-begeerte-altijd-de-afwezigheid
thomas hobbesalsmensenietsbegerenzegtmenookweldatzehetliefhebbenbegeerteliefdezijndushetzelfdebehalvewemetbegeertealtijddeafwezigheidvanobjectaangevenmeestalaanwezigheidervanals mensenmensen ietsiets begerenzegt menmen ookook welwel datdat zeze hethet liefhebbenbegeerte enen liefdeliefde zijnzijn dusdus hetzelfdebehalve datdat wewe metmet begeertebegeerte altijdaltijd dede afwezigheidafwezigheid vanvan hethet objectobject aangevenaangeven enen metmet liefdeliefde meestalmeestal dede aanwezigheidaanwezigheid ervanals mensen ietsmensen iets begerenzegt men ookmen ook welook wel datwel dat zedat ze hetze het liefhebbenbegeerte en liefdeen liefde zijnliefde zijn duszijn dus hetzelfdebehalve dat wedat we metwe met begeertemet begeerte altijdbegeerte altijd dealtijd de afwezigheidde afwezigheid vanafwezigheid van hetvan het objecthet object aangevenobject aangeven enaangeven en meten met liefdemet liefde meestalliefde meestal demeestal de aanwezigheidde aanwezigheid ervan

De geslachtelijke begeerte der vrouw is van nature aandoenlijke begeerte om begeerd te worden en de zetel dier begeerte een orgaan van lijdelijke gevoeligheid; zoo is de vrouw de ‘zenuwachtige’ menschHet is met de ware liefde als met geestverschijningen; de hele wereld praat ervan, maar weinigen hebben ze wel eens gezienAls iemand zegt: 'Dat mens' bedoelt hij altijd een vrouw. Vrouwen zijn dus mensen. Dan moeten mannen wel goden zijnDe enige echte deugd bestaat er dus in jezelf te haten, want je begeerte maakt je hatelijk, en een wezen te zoeken om te beminnen dat echt beminnenswaardig is. Maar omdat wij niet kunnen houden van iets dat buiten onszelf ligt, moeten we iemand beminnen die in ons zit en niet onszelf is. En dat geldt voor alle mensen. Welnu, alleen het hoogste goed in ons, is onszelf en niet onszelfDe aanwezigheid van rijkdom neemt geestelijke onrust niet weg en verschaft ook geen noemenswaardige vreugde. Hetzelfde geldt voor eer of aanzien bij mensen, of voor iets anders dat het gevolg is van onduidelijke oorzakenOnmatige begeerte om te behagen gaat haast altijd gepaard met het gevoel, niet in de smaak te vallen