Gij vorsten, die u de goden der aarde noemt, wat zijt gij als gij niet de hoogheid der mensheid erkent?


gij-vorsten-die-u-de-goden-der-aarde-noemt-wat-zijt-gij-als-gij-niet-de-hoogheid-der-mensheid-erkent
friedrich rückertgijvorstendiedegodenderaardenoemtwatzijtgijalsniethoogheidmensheiderkentgij vorstendie uu dede godengoden derder aardeaarde noemtwat zijtzijt gijgij alsals gijgij nietniet dede hoogheidhoogheid derder mensheidmensheid erkentdie u deu de godende goden dergoden der aardeder aarde noemtwat zijt gijzijt gij alsgij als gijals gij nietgij niet deniet de hoogheidde hoogheid derhoogheid der mensheidder mensheid erkentdie u de godenu de goden derde goden der aardegoden der aarde noemtwat zijt gij alszijt gij als gijgij als gij nietals gij niet degij niet de hoogheidniet de hoogheid derde hoogheid der mensheidhoogheid der mensheid erkentdie u de goden deru de goden der aardede goden der aarde noemtwat zijt gij als gijzijt gij als gij nietgij als gij niet deals gij niet de hoogheidgij niet de hoogheid derniet de hoogheid der mensheidde hoogheid der mensheid erkent

Waarom wilt gij weten wat gij zult zijn na uw dood, als gij nog niet weet wat gij nu zijt?Wat gij niet kent of niet begrijpt, noemt gij God, en zodra gij het die naam gegeven hebt, wordt gij er bang voorWees wat gij zijt, dat is een vrouw; zijt gij meer, dan zijt gij er geenWie u in uw werk gadeslaat weet weinig van u. Zeg mij wat gij doet als gij uitrust, en ik zal u zeggen wie gij zijtWat de mensen u geven, moet gij betalen met wat gij hebt, of, nog duurder, met wat gij zijtGij bidt als gij wanhopig zijt en in nood; mocht gij ook bidden in de volheid van uw vreugde en in de dagen van uw overvloed