Het heelal verwart mij, en ik kan mij niet voorstellen dat dit uurwerk wel bestaat, en dat er geen uurwerkmaker zou zijn.


het-heelal-verwart-mij-ik-kan-mij-niet-voorstellen-dat-dit-uurwerk-wel-bestaat-dat-er-geen-uurwerkmaker-zou-zijn
voltairehetheelalverwartmijikkanmijnietvoorstellendatdituurwerkwelbestaatergeenuurwerkmakerzouzijnhet heelalheelal verwartverwart mijen ikik kankan mijmij nietniet voorstellenvoorstellen datdat ditdit uurwerkuurwerk welwel bestaaten datdat erer geengeen uurwerkmakeruurwerkmaker zouzou zijnhet heelal verwartheelal verwart mijen ik kanik kan mijkan mij nietmij niet voorstellenniet voorstellen datvoorstellen dat ditdat dit uurwerkdit uurwerk weluurwerk wel bestaaten dat erdat er geener geen uurwerkmakergeen uurwerkmaker zouuurwerkmaker zou zijnhet heelal verwart mijen ik kan mijik kan mij nietkan mij niet voorstellenmij niet voorstellen datniet voorstellen dat ditvoorstellen dat dit uurwerkdat dit uurwerk weldit uurwerk wel bestaaten dat er geendat er geen uurwerkmakerer geen uurwerkmaker zougeen uurwerkmaker zou zijnen ik kan mij nietik kan mij niet voorstellenkan mij niet voorstellen datmij niet voorstellen dat ditniet voorstellen dat dit uurwerkvoorstellen dat dit uurwerk weldat dit uurwerk wel bestaaten dat er geen uurwerkmakerdat er geen uurwerkmaker zouer geen uurwerkmaker zou zijn

Zou men zich kunnen voorstellen dat een steen bewustzijn zou hebben? En als iemand het kan - zou dat niet alleen maar bewijzen dat deze voorstellerij voor ons geen belang heeft?Dit is een der redenen waarom 't mij zo moeilijk valt schrijver van beroep te zijn. Er gaan soms maanden voorbij, dat het me onmogelijk is mij te uiten. Die tijd breng ik met denken door, en een beroepsschrijver in Nederland kan zich zo'n weelde niet gunnenEvenmin als ik mij opvoeding zonder onderwijs kan voorstellen, erken ik een onderwijs, dat niet opvoedtChantage: 'Als u mij die loonsverhoging niet geeft vertel ik aan iedereen dat u ze mij wel gegeven hebt.'Ik kan mij voorstellen dat de egoïsten de wereld erg lelijk vinden, zij zien er niets in dan zichzelfDe mens is niet meer dan een zwak riet, maar het is een denkend riet. Het is niet nodig dat het heelal zich bewapent om hem te verpletteren: een damp, een waterdruppel volstaat om hem te doden.  Maar ook wanneer het heelal hem zou verpletteren, ook dan nog zou de mens edeler zijn dan wat hem doodt, omdat hij weet dat hij sterft, terwijl het heelal niets weet van wat het op hem voorheeft. Zodoende bestaat al onze waardigheid in ons denken.