Ik bemin de grote verachters, daar zij de grote vereerders zijn en de pijl van het verlangen naar de andere oever


ik-bemin-de-grote-verachters-daar-zij-de-grote-vereerders-zijn-de-pijl-van-het-verlangen-naar-de-andere-oever
friedrich nietzscheikbemindegroteverachtersdaarzijvereerderszijnpijlvanhetverlangennaarandereoeverik beminbemin dede grotegrote verachtersdaar zijzij dede grotegrote vereerdersvereerders zijnzijn enen dede pijlpijl vanvan hethet verlangenverlangen naarnaar deandere oeverik bemin debemin de grotede grote verachtersdaar zij dezij de grotede grote vereerdersgrote vereerders zijnvereerders zijn enzijn en deen de pijlde pijl vanpijl van hetvan het verlangenhet verlangen naarverlangen naar denaar de anderede andere oeverik bemin de grotebemin de grote verachtersdaar zij de grotezij de grote vereerdersde grote vereerders zijngrote vereerders zijn envereerders zijn en dezijn en de pijlen de pijl vande pijl van hetpijl van het verlangenvan het verlangen naarhet verlangen naar deverlangen naar de anderenaar de andere oeverik bemin de grote verachtersdaar zij de grote vereerderszij de grote vereerders zijnde grote vereerders zijn engrote vereerders zijn en devereerders zijn en de pijlzijn en de pijl vanen de pijl van hetde pijl van het verlangenpijl van het verlangen naarvan het verlangen naar dehet verlangen naar de andereverlangen naar de andere oever

Alle grote dingen komen voort uit het onbelangrijke. Daarom streeft de wijze nooit naar het grote. Op die manier kan hij grote dingen bereikenGrote dichters hoeven bij de lezer geen welwillendheid te verlangen: zij boeien hem, hoe onwillig hij ook moge zijnGrote deugden wekken grote na-ijver op, grote edelmoedigheid verwekt grote ondankbaarheidDe schutter zij bedacht, eer de pijl hem ontschiet! Die spreekt, zij 't ook. Want pijl of woorden keren nietEr zijn mensen van zo grote aanmatiging, dat zij iets groots, dat zij opzettelijk bewonderen, niet anders weten te prijzen dan door het voor te stellen als trap of brug, die naar hen heenvoertGrote mannen ondernemen grote dingen omdat ze groot zijn, dwazen omdat zij ze gemakkelijk wanen