Ken ik mijn verhouding tot mij zelf en tot de buitenwereld, dan noem ik dat waarheid. En zo kan ieder zijn eigen waarheid hebben en is het toch steeds dezelfde


ken-ik-mijn-verhouding-tot-mij-zelf-tot-de-buitenwereld-dan-noem-ik-dat-waarheid-en-zo-kan-ieder-zijn-eigen-waarheid-hebben-is-het-toch-steeds
johann wolfgang von goethekenikmijnverhoudingtotmijzelfdebuitenwerelddannoemdatwaarheidzokaniederzijneigenwaarheidhebbenishettochsteedsdezelfdeken ikik mijnmijn verhoudingverhouding tottot mijmij zelfzelf enen tottot dede buitenwerelddan noemnoem ikik datdat waarheiden zozo kankan iederieder zijnzijn eigeneigen waarheidwaarheid hebbenhebben enen isis hethet tochtoch steedssteeds dezelfdeken ik mijnik mijn verhoudingmijn verhouding totverhouding tot mijtot mij zelfmij zelf enzelf en toten tot detot de buitenwerelddan noem iknoem ik datik dat waarheiden zo kanzo kan iederkan ieder zijnieder zijn eigenzijn eigen waarheideigen waarheid hebbenwaarheid hebben enhebben en isen is hetis het tochhet toch steedstoch steeds dezelfde

De waarheid komt steeds tot stand en tot groei in de strijd met de leugenLangs velerlei wegen kwam ik tot mijn waarheid; niet langs een ladder ben ik gestegen tot de hoogte, waar mijn oog over zijn verten dwaaltIndien we maar allemaal aan dezelfde dwaling geloven, schijnt het ons toe alsof wij toch de waarheid hebben bereiktMaar weinig mensen komen tot die rijpheid waar zij dat kritische punt ontdekken, waar alle waarden omslaan, zodat steeds duidelijker begrepen wordt dat er iets is dat men niet begrijpen kan. Dit is de terugkeer tot het kinderlijke, maar dan tot het kwadraat verhevenDe waarheid is wat ieder mens nodig heeft om te leven en toch van niemand kan krijgen of kopenIk zou willen dat men over mijn naam zweeg en zich niet Lutheraan maar Christen noemt. Wat is Luther? De waarheid is toch niet van mij! En ik ben ook voor niemand gekruisigd. Hoe zou ik, arme, stinkende madenzak er dan toe komen dat de kinderen van Christus zich naar mijn naam zouden noemen?