Och, mocht ik nog maar de wind horen in de bomen, de leeuweriken in de zon, de lammetjes blatend op een vorstige morgen, en de gezegende kerkklokken die mij mijn engelenstemmen brengen, zwevend op de wind


och-mocht-ik-nog-maar-de-wind-horen-in-de-bomen-de-leeuweriken-in-de-zon-de-lammetjes-blatend-op-een-vorstige-morgen-de-gezegende-kerkklokken-die-mij
george bernard shawochmochtiknogmaardewindhoreninbomenleeuwerikenzonlammetjesblatendopeenvorstigemorgengezegendekerkklokkendiemijmijnengelenstemmenbrengenzwevendmocht ikik nognog maarmaar dede windwind horenhoren inin dede bomende leeuwerikenleeuweriken inin dede zonde lammetjeslammetjes blatendblatend opop eeneen vorstigevorstige morgenen dede gezegendegezegende kerkklokkenkerkklokken diedie mijmij mijnmijn engelenstemmenengelenstemmen brengenzwevend opop dede windmocht ik nogik nog maarnog maar demaar de windde wind horenwind horen inhoren in dein de bomende leeuweriken inleeuweriken in dein de zonde lammetjes blatendlammetjes blatend opblatend op eenop een vorstigeeen vorstige morgenen de gezegendede gezegende kerkklokkengezegende kerkklokken diekerkklokken die mijdie mij mijnmij mijn engelenstemmenmijn engelenstemmen brengenzwevend op deop de wind

Dat hoge bomen veel wind vangen is niet erg, wel echter dat die wind zo ondraaglijk stinktHeb ik nog een doel? Een haven, waarheen mijn ziel zich richt? Een goede wind? Ach, enkel wie weet, waarheen hij vaart, weet ook, welke wind hem goed en gunstig isVrees niet de wind van de tegenslag. Immers: een vlieger stijgt op tegen de wind, in plaats van met de wind meeEr zijn mensen die zo weinig durf hebben om iets te beweren, dat ze zich er nog niet toe kunnen brengen te zeggen, dat er een koude wind staat, hoe zeer ze hem ook mogen voelen, alvorens ze het anderen ook hebben horen zeggenDe bomen van de gracht bewegen in de wind zoals ik stilsta in de bus die rijdtHoge bomen vangen veel wind