We behoren levende wezens niet te behandelen als schoenen, potten of pannen, en ze van ons te werpen wanneer ze gebrekkig zijn geraakt of in onze dienst versleten


we-behoren-levende-wezens-niet-te-behandelen-als-schoenen-potten-of-pannen-ze-van-ons-te-werpen-wanneer-ze-gebrekkig-zijn-geraakt-of-in-onze-dienst
plutarchuswebehorenlevendewezensniettebehandelenalsschoenenpottenofpannenzevanonswerpenwanneergebrekkigzijngeraaktinonzedienstversletenwe behorenbehoren levendelevende wezenswezens nietniet tete behandelenbehandelen alsals schoenenen zeze vanvan onsons tete werpenwerpen wanneerwanneer zeze gebrekkiggebrekkig zijnzijn geraaktin onzeonze dienstdienst versletenwe behoren levendebehoren levende wezenslevende wezens nietwezens niet teniet te behandelente behandelen alsbehandelen als schoenenpotten of pannenen ze vanze van onsvan ons teons te werpente werpen wanneerwerpen wanneer zewanneer ze gebrekkigze gebrekkig zijngebrekkig zijn geraaktgeraakt of inin onze dienstonze dienst versleten

Een mens maakt deel uit van het geheel, dat door ons Die stoïcijnse oplossing, om aan onze behoeften te voldoen, door onze begeerten uit te snoeien, is als het afsnijden van onze voeten, wanneer we schoenen nodig hebbenWij moeten onze hartstochten gebruiken in dienst van ons leven en niet ons leven in dienst van onze hartstochten.Indien wij iets geschreven hebben voor onze lering of tot de verlichting van ons hart, bestaat er een grote waarschijnlijkheid dat onze overwegingen ook voor vele anderen nuttig zullen zijn. Want niemand is alléén in zijn soort; en nooit zijn wij zó waar, noch zó levendig, noch zó hartroerend, als wanneer wij de dingen behandelen voor onszelvenOm onszelf te begrijpen behoeven we geen gezag, dat van gisteren niet, noch dat van een duizend jaar, omdat we levende wezens zijn, altijd in beweging, vloeiend, nooit rustend, indien we onszelf bekijken met het dode gezag van gisteren, zullen we de levende beweging en de schoonheid en waarde van die beweging niet begrijpenLaat ons trachten gelukkig te zijn; betere dienst kunnen wij onze huisgenoten niet bewijzen