Ik houd van hem, die gouden woorden zijn daden vooruit werpt en altijd nog meer houdt, dan hij belooft, want hij wil zijn ondergang


ik-houd-van-hem-die-gouden-woorden-zijn-daden-vooruit-werpt-altijd-nog-meer-houdt-dan-hij-belooft-want-hij-wil-zijn-ondergang
friedrich nietzscheikhoudvanhemdiegoudenwoordenzijndadenvooruitwerptaltijdnogmeerhoudtdanhijbelooftwantwilondergangik houdhoud vanvan hemdie goudengouden woordenwoorden zijnzijn dadendaden vooruitvooruit werptwerpt enen altijdaltijd nognog meermeer houdtdan hijhij belooftwant hijhij wilwil zijnzijn ondergangik houd vanhoud van hemdie gouden woordengouden woorden zijnwoorden zijn dadenzijn daden vooruitdaden vooruit werptvooruit werpt enwerpt en altijden altijd nogaltijd nog meernog meer houdtdan hij belooftwant hij wilhij wil zijnwil zijn ondergangik houd van hemdie gouden woorden zijngouden woorden zijn dadenwoorden zijn daden vooruitzijn daden vooruit werptdaden vooruit werpt envooruit werpt en altijdwerpt en altijd nogen altijd nog meeraltijd nog meer houdtwant hij wil zijnhij wil zijn ondergangdie gouden woorden zijn dadengouden woorden zijn daden vooruitwoorden zijn daden vooruit werptzijn daden vooruit werpt endaden vooruit werpt en altijdvooruit werpt en altijd nogwerpt en altijd nog meeren altijd nog meer houdtwant hij wil zijn ondergang

Ik houd van hem, die arbeidt en uitvindt, opdat hij de Übermensch een huis bouwe en aarde, dier en plant op hem voorbereide, want zo wil hij zijn eigen ondergangIk houd van hem, die niet één droppel geest voor zichzelve houdt, maar geheel de geest van zijn deugd wil zijn; zo schrijdt hij als een geest over de brugIk houd van hem, die uit zijn deugd zijn neiging en zijn noodlot maakt; aldus wil hij om der wille van zijn deugd leven en niet meer levenIk houd van hem, wiens ziel boordevol is, zodat hij zichzelf vergeet en alle dingen in hem zijn; aldus worden alle dingen zijn ondergangIk houd van hem, die zich schaamt, als de teerling naar zijn geluk valt en die dan vraagt; ben ik dan een valse speler? Want hij wil te gronde gaanIk houd van hem, die zijn jeugd liefheeft; want de jeugd is wil tot ondergang en een pijl van verlangen