Zoet is de gunst van een machtig vriend, voor hem, die er geen ondervinding van heeft; wie er wel ondervinding van heeft, vreest zulke gunst


zoet-is-de-gunst-van-een-machtig-vriend-voor-hem-die-er-geen-ondervinding-van-heeft-wie-er-wel-ondervinding-van-heeft-vreest-zulke-gunst
horatiuszoetisdegunstvaneenmachtigvriendvoorhemdieergeenondervindingheeftwiewelheeftvreestzulkezoet isis dede gunstgunst vanvan eeneen machtigmachtig vrienddie erer geengeen ondervindingondervinding vanvan heeftwie erer welwel ondervindingondervinding vanvan heeftvreest zulkezulke gunstzoet is deis de gunstde gunst vangunst van eenvan een machtigeen machtig vrienddie er geener geen ondervindinggeen ondervinding vanondervinding van heeftwie er weler wel ondervindingwel ondervinding vanondervinding van heeftvreest zulke gunstzoet is de gunstis de gunst vande gunst van eengunst van een machtigvan een machtig vrienddie er geen ondervindinger geen ondervinding vangeen ondervinding van heeftwie er wel ondervindinger wel ondervinding vanwel ondervinding van heeftzoet is de gunst vanis de gunst van eende gunst van een machtiggunst van een machtig vrienddie er geen ondervinding vaner geen ondervinding van heeftwie er wel ondervinding vaner wel ondervinding van heeft

Een man, die het onderneemt van de gunst der Muzen, ik bedoel van zijn dichterlijke gaven te leven, heeft iets van een meisje, dat van haar bekoorlijkheid leeftGeene wijsheid zonder ondervinding, geene ondervinding zonder zakelijkheid, doch de zaak is nog niet de ondervinding en ‘empirie’ nog niet de wijsheidEen optimist is een kerel die nooit veel ondervinding heeft gehadElk heeft reden om zich ongelukkig te voelen; wel hem, die daar geen tijd voor heeftMaar iemand die tegen de wil van het volk dankzij de gunst van aanzienlijken aan de macht komt, moet vóór alles proberen het volk voor zich te winnen; iets dat hem niet moeilijk zal vallen wanneer hij het onder zijn bescherming neemtHet geluk is een vrouw, die het meest aangetrokken wordt door degene, die haar het minst naloopt; doch wie eenmaal haar gunst versmaad heeft, met niet te verzadigen haat vervolgt